Nieuws

Op deze pagina lees je het laatste nieuws van en over de campus: verhalen over samenwerkingen, nieuwe projecten, bedrijven en initiatieven op en rond de campus.

80 artikelen
do 12 februari 2026

Hanze en RUG bundelen krachten voor onderwijs en arbeidsmarkt

Goed nieuws: StudentLines gaat van start! Vanaf 1 januari 2026 werken de Hanze en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) gedurende vier jaar samen aan dit grote initiatief. Samen zetten ze zich in om onderwijs, onderzoek en arbeidsmarkt sterker met elkaar te verbinden. StudentLines legt de basis voor beter onderwijs en sterke loopbaanperspectieven in het Noorden. Dit doen we door een regionale infrastructuur te ontwikkelen waarin mensen met onderwijsvragen en onderwijsdata bij elkaar komen. Op een veilige en verantwoorde manier gebruiken we deze data voor onderzoek naar hoe studenten van MBO tot WO leren, doorstromen en hun plek vinden op de arbeidsmarkt. Thema’s als studentsucces, welzijn en betrokkenheid staan daarbij centraal en het onderzoek leidt tot praktische handvatten voor onderwijsinnovatie.Talent ontwikkelen en behouden voor de regio Het doel is talent te ontwikkelen én te behouden in de regio, door nauwere aansluiting tussen onderwijsinstellingen onderling en met het werkveld. Door onderwijsdata en ervaringen van studenten slim te gebruiken, werken ze aan onderwijsinnovatie die verschil maken. StudentLines ondersteunt hiermee docenten, onderzoekers, beleidsmakers en studenten. Door beter zicht te krijgen op wat werkt in het onderwijs, kunnen instellingen gerichter investeren in studiesucces, welzijn en kansen van studenten in de regio. Op termijn kunnen ook andere hbo-, mbo- en vo-instellingen aansluiten onder de Universiteit van het Noorden, waarmee StudentLines uitgroeit tot een breed regionaal kennisplatform. De toekenning bevestigt het belang van samenwerking binnen de regio en geeft Groningen de mogelijkheid om onderwijsinnovatie structureel te versterken.Studentline projecten binnen de Hanze Nationaal Programma Groningen (NPG) heeft voor StudentLines een subsidie van 4 miljoen beschikbaar gesteld en beide betrokken onderwijsinstellingen leveren substantiële co-financiering. De RUG treedt op als penvoerder. Binnen de Hanze is het project belegd bij het Centrum voor Talent en Leren, maar het wordt Hanzebreed opgepakt. Samen gaan ze aan de slag met werkpakketten en zetten we PhD/pilot projecten op over communicatie, ethiek, welzijn, arbeidsmarkttransities en talentontwikkeling. Daarin staat betrokkenheid van studenten en onderlinge samenwerking centraal. De Hanze en RUG werken samen aan alle werkpakketten in het project, waarbij de Hanze primair verantwoordelijk is voor vier:1. Externe synergie en doorontwikkeling - Lectoraat ArbeidsmarkttransitiesHoe verbinden we StudentLines met andere projecten en bouwen we aan een regionale infrastructuur voor onderwijsdata? 2. Communicatie en gebruikservaring - Lectoraat Communication, Behaviour & the Sustainable SocietyHoe zorgen we dat studenten, onderzoekers, beleidsmakers, het werkveld, etc. StudentLines kennen en gebruiken? 3. Juridische aspecten en ethiek - Lectoraat Juridische Aspecten van OndernemerschapHoe zetten we onderwijsdata veilig, structureel en volgens de AVG in binnen het regionale speelveld? 4. Longitudinale data en scope - Lectoraat Talentontwikkeling in Hoger Onderwijs en SamenlevingWat zijn relevante data om door de jaren heen te verzamelen in het kader van bijvoorbeeld studentsucces, studentloopbanen en welzijn? Hoe verhoudt zich dat tot data die reeds verzameld worden? Daarnaast zijn de volgende Hanze lectoraten betrokken bij PhD projecten in StudentLines: Leren in de Leergemeenschap, Talentontwikkeling in Hoger Onderwijs en Samenleving en Arbeidsmarkttransities betrokken. Bron artikel en afbeelding: Hanze

di 10 februari 2026

Piekopvang studentenhuisvesting Proxima op Zernike Campus opnieuw succesvol: meer tijd voor uitwisselingsstudent en volop onderling contact

Studentencomplex Proxima op de Zernike Campus bood in het studiejaar 2025/2026 opnieuw een succesvolle oplossing voor het tijdelijke kamertekort onder internationale studenten. In september maakten 43 studenten gebruik van de piekopvang door een kamer te delen en voor het eerst konden 100 uitwisselingsstudenten hun volledige uitwisselingsperiode in Proxima verblijven. Proxima werd twee jaar geleden gerealiseerd door Stichting Studenten Huisvesting (de SSH) samen met de Gemeente Groningen. Het studentencomplex is speciaal ontworpen om flexibel in te spelen op de grote vraag naar studentenhuisvesting aan het begin van het studiejaar. Iedere kamer heeft naast een gewoon bed ook een uitklapbed voor een student die nog geen woonruimte heeft gevonden (de piekopvang). De SSH maakt onderscheid tussen bachelor- en masterstudenten en internationale studenten die alleen komen voor een uitwisselingsperiode van een half jaar. Monique Louwes, manager team Noord bij de SSH: ‘Uitwisselingsstudenten blijven vaak een half jaar, terwijl de piekopvang eerder na vier maanden stopte. Dat zorgde voor onrust. Door de periode dit jaar te verlengen, kunnen zij hun hele uitwisselingsperiode in Proxima blijven wonen. Dat past veel beter bij hun situatie.’ Alle gebouwen zijn ingericht met ruime woonkeukens, waar studenten kunnen koken, studeren en elkaar kunnen ontmoeten. Dat laatste gebeurt ook ruimschoots, blijkt uit onderzoek. Maar liefst 70% van de studenten geeft aan meer dan twee keer per week contact te hebben met een medestudent uit het gebouw. De inrichting en het design van het gebouw dragen daar het meeste aan bij. Daarnaast laat het onderzoek zien dat studenten het wonen op de campus goed waarderen. Wethouder Rik van Niejenhuis: ‘Mooi dat dit studentencomplex met veel gemeenschappelijke voorzieningen uitnodigt voor ontmoeting en contact. Dit draagt bij aan het welzijn van studenten.’ De bouw van het studentencomplex is een antwoord op de dringende behoefte aan extra huisvesting in Groningen voor internationale studenten. In de zomerperiode komen internationale studenten naar Nederland, maar afgestudeerde studenten hebben hun kamer dan nog niet verlaten. Hierdoor ontstaat er tijdelijk een kamertekort. Proxima biedt een oplossing voor dit probleem. Proxima biedt 401 kamers die aan het begin van het studiejaar tijdelijk dubbel bezet kunnen worden (tot 802 kamers). Bron tekst en afbeelding: SSH

ma 9 februari 2026

“Op de Healthy Ageing Campus kunnen we snel schakelen”

Bart-Jan Korteling is COO bij Innocore Pharmaceuticals, een bedrijf op de Healthy Ageing Campus in Groningen dat langdurig werkende medische injecties ontwikkelt. “Het is onze missie om patiënten minder afhankelijk te maken van dagelijkse pillen en een stabiele medicatieafgifte te garanderen,” vertelt hij. Maar zijn werk gaat verder dan medicatie alleen: het draait ook om de samenwerking met kennisinstellingen en andere bedrijven. De keuze voor de Healthy Ageing Campus was vanzelfsprekend. “We zijn ooit begonnen vanuit een spin-off van een technologieplatform met kennis over bio-afbreekbare polymeren,” legt Bart-Jan uit. “Met dichtbij kennisinstellingen en het UMCG kunnen we snel schakelen en samenwerken met bedrijven zoals Polyvation en Symeres.” De nabijheid van expertise én jonge talenten speelt daarbij ook een rol: stagiaires en afgestudeerden maken vaak hun eerste carrièrestap bij Innocore. Volgens Bart-Jan werkt de campus als een innovatief ecosysteem. “Het is een vliegwielwerking: bedrijven, kennisinstellingen en studenten brengen elkaar in beweging. Zodra er beweging is, gaat het wiel alleen maar harder draaien.” Een belangrijke pijler vindt Bart-Jan hierbij de LIFE Cooperative, het noordelijke samenwerkingsverband voor bedrijven in de life sciences. “Je kunt zo echt van elkaar leren, bijvoorbeeld over talentontwikkeling en opleidingen of over regelgeving en kwaliteit.” Bart-Jan ziet ook uitdagingen op de campus. “Je versterkt elkaar, maar je moet oppassen dat we elkaar niet voor de voeten lopen. Ook het behouden van talent in het noorden is lastig: veel mensen vertrekken uiteindelijk naar andere regio’s voor hun carrière.” Met ongeveer 35 medewerkers en ambitieuze groeiplannen ziet Innocore de Healthy Ageing Campus als een plek waar innovatie, kennis en talent samenkomen. “Er is veel potentieel in het noorden, maar dat gaat niet vanzelf. Je moet blijven afstemmen, bundelen en opletten waar krachten elkaar versterken of blokkeren.”

wo 4 februari 2026

Start-up QT Sense op Campus Groningen haalt 4 miljoen binnen

Mooi nieuws voor Campusbewoner QT Sense! De Groningse biotech-start-up QT Sense heeft 4 miljoen euro binnengehaald voor de verdere ontwikkeling van zijn quantum sensing technologie. (Artikel via Dagblad van het Noorden) De spin-out van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) spoort aandoeningen sneller op en kan real-time de effectiviteit van geneesmiddelen zien. Dat kan door in cellen te kijken zonder ze kapot te maken. Het is iets wat alleen QT Sense kan en daarmee heeft het jonge bedrijf de sleutels in handen om de geneeskunde serieus vooruit te helpen. De gepatenteerde technologie spoort zogeheten vrije radicalen in cellen op, moleculen die wijzen op een aandoening. Dat helpt medici en onderzoekers in hun zoektocht naar de oorzaak van ziektes. Het is ook een uitkomst voor ontwikkelaars van geneesmiddelen, die direct zien of nieuwe stoffen effectief zijn. Zo worden vrije radicalen in sommige therapieën tegen kanker ingezet om kwaadaardige cellen aan te vallen. Vanwege de grote voordelen voor de farmaceutische industrie zijn de groeikansen voor de Groningse startup groot. Niet voor niets noemde expert Tjarda Polderman (Founded) de startup onlangs ‘de grootste kanshebber om de nieuwe Noordelijke Unicorn (onderneming met een waardering van meer dan een miljard dollar, red) te worden’. Lees het hele artikel via: https://dvhn.nl/economie/start-up-groningen-haalt-4-miljoen-aan-groeigeld-op.-qt-sense-spoort-aandoeningen-sneller-op-48423899.html

di 3 februari 2026

AI in de operatiekamer: Future Tech Ventures investeert in SPCTR voor real-time marge-analyse bij oncologische chirurgie

Future Tech Ventures (FTV) investeert in de Nederlandse medtech-startup SPCTR, die een real-time AI-apparaat ontwikkelt om tumormarges tijdens operaties te beoordelen. Zo kunnen chirurgen direct zien of een tumor volledig is verwijderd, waardoor heroperaties en extra behandelingen voorkomen worden en de kwaliteit van de zorg verbetert. In eerste instantie richt de technologie zich op borstkanker. De investering valt samen met een belangrijke klinische mijlpaal: de inclusie van de eerste patiënt in de SPCTR-I studie in het Borstcentrum Groningen. Daarnaast is het UMC Utrecht (UMCU) een tweede inclusielocatie voor deze studie. "Het probleem in de oncologische chirurgie is dat je vaak pas dagen later kunt vaststellen of een tumor volledig verwijderd is. Met ons apparaat kan de chirurg tijdens de operatie direct beoordelen of er voldoende gezonde weefsel rondom de tumor aanwezig is," zegt Rowan Timmermans, CTO en co-founder van SPCTR. Het apparaat werkt op basis van licht en beeld en gebruikt een AI-model dat een ‘optische vingerafdruk’ van het weefsel maakt. In tegenstelling tot bestaande oplossingen is er geen extra zorgpersoneel, zoals een patholoog of radioloog, nodig voor de interpretatie in de operatiekamer en hoeft er geen contrastvloeistof of andere stof te worden ingespoten. Daarmee introduceert SPCTR een volledig nieuwe, niet-invasieve manier van intra-operatieve margeanalyse.Van validatie tot marktintroductie De investering van FTV zal de komende maanden gebruikt worden om de startup, opgericht in maart 2025, verder te ontwikkelen. Wido Heeman, CEO en founder van SPCTR: “We gebruiken deze investering van FTV voor drie kernactiviteiten: klinische validatie van prototypes, certificering van het apparaat en het productieklaar maken voor marktintroductie.” De start van de SPCTR-I studie vorige week, met de eerste geïncludeerde patiënt in het Borstcentrum Groningen en parallelle inclusie in het UMCU, markeert de overgang van preklinische ontwikkeling naar daadwerkelijke toepassing in de klinische praktijk. Naast FTV participeren een aantal angel-investeerders in deze investeringsronde.De kracht van eenvoud Hilbrand van der Zee, investeringsmanager van FTV: "We investeren met vertrouwen in SPCTR. De kracht van deze innovatie zit in de eenvoud: een beproefde techniek in een nieuwe jas, gecombineerd met AI. Het team koppelt klinische expertise aan geavanceerde technologie, precies het soort innovatie dat wij graag versnellen." "Het belangrijkste is het vertrouwen dat we krijgen van investeerders, chirurgen en patiënten," benadrukken Timmermans en Heeman. “De eerste patiënt data laat zien dat deze technologie klaar is voor de volgende stap: klinische impact in ziekenhuizen!”Ambities Het SPCTR-team bestaat uit zeven personen, inclusief twee stagiaires, met een mix van klinische ervaring en AI- en software-expertise. In de komende jaren wil het team de technologie in meerdere ziekenhuizen implementeren en uitbreiden naar andere solide tumoren. "Ons doel is zoveel mogelijk heroperaties te voorkomen en de behandelkwaliteit voor patiënten te verbeteren. We beginnen in Europa en breiden daarna uit naar de VS en andere regio's," aldus Heeman.Artikel: Future Tech VenturesAfbeelding: Casper Maas

di 3 februari 2026

Sabiad maakt implantaatinfecties zichtbaar. Bedrijf op Campus Groningen versnelt diagnose en behandeling

Snellere diagnostiek bij geïnfecteerde heup- en knieprotheses kan het verschil maken tussen herstel en een maandenlang, invaliderend traject. Het bedrijf Sabiad ontwikkelt technologie die bacteriële infecties zichtbaar maakt en in de toekomst zelfs gericht kan vernietigen. “Bij implantaatinfecties draait alles om tijd,” zegt Saskia van den Dool, co-founder en COO van Sabiad. “Zodra zich een biofilm vormt op het implantaat, neemt de kans op succesvolle behandeling snel af.” Bacteriële infecties rond gewrichtsimplantaten behoren tot de meest hardnekkige complicaties in de orthopedie. Jaarlijks krijgen duizenden patiënten na een heup- of knieoperatie te maken met infecties die moeilijk te diagnosticeren en nog lastiger te behandelen zijn. Sabiad, een spin-off van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) die voortbouwt op het onderzoek van prof.dr. Jan Maarten van Dijl, wil daar verandering in brengen. Het bedrijf ontwikkelt innovatieve diagnostische en therapeutische toepassingen rondom één centrale technologie: een antilichaam dat zich uiterst specifiek bindt aan Staphylococcus aureus, een van de belangrijkste veroorzakers van implantaatinfecties. Begin 2026 is het bedrijf van Friesland naar de Healthy Ageing Campus verhuisd.Van oncologie naar infectieziekten De wortels van Sabiad liggen deels in de oncologie. Mede-oprichter Ton van den Hoven was eerder betrokken bij SurgVision, een succesvolle UMCG-spin-off die met fluorescerende tracers tumorranden zichtbaar maakte tijdens operaties. “In de oncologie heeft tracertechnologie de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen,” zegt Van den Dool. “Wat wij doen, is dat concept doorvertalen naar bacteriële beeldvorming.” Daarbij speelt ook een persoonlijke ervaring mee. Van den Hoven overleefde enkele jaren geleden een ernstige bacteriële infectie die leidde tot tien dagen intensive care en maanden ziekenhuisopname. “Dan weet je hoe levensbedreigend en ontwrichtend zo’n infectie kan zijn,” aldus Van den Dool. “Die urgentie zit diep in dit bedrijf.”Tijd winnen is cruciaal Het kernprobleem bij implantaatinfecties is tijd. De huidige standaarddiagnostiek berust op bacteriekweken, die twee tot vijf dagen duren. In die periode wordt vaak al gestart met breed-spectrum antibiotica, zonder precies te weten welke bacterie de boosdoener is. “En juist in die eerste dagen kan de biofilm zich ontwikkelen,” zegt Van den Dool. “Na vier of vijf dagen is de kans op succes al significant lager.” Sabiad ontwikkelt daarom een diagnostische test op basis van gewrichtsvloeistof (synoviaal vocht), die buiten het lichaam wordt uitgevoerd. “Je kunt het vergelijken met een coronatest,” legt Van den Dool uit. “Je neemt wat vloeistof af, mengt die met onze test en krijgt snel antwoord. Daarmee win je die cruciale dagen.” Deze zogeheten ex vivo test heeft een relatief kort regulatoir traject en zou volgens planning rond 2028–2029 op de markt kunnen komen.Beeldvorming én therapie Daarnaast werkt Sabiad aan een tracer die direct in de patiënt kan worden toegediend. Deze bindt zich specifiek aan Staphylococcus aureus en maakt de bacterie zichtbaar tijdens beeldvorming. “Als je iets zichtbaar kunt maken, kun je er in principe ook iets aan koppelen,” zegt Van den Dool. “Bijvoorbeeld een therapeutische component.” Preklinisch onderzoek laat zien dat dezelfde antilichaamtechnologie kan worden ingezet om bacteriën gericht te vernietigen, bijvoorbeeld via fotodynamische therapie (bacteriën gericht doden met licht) of radioactieve isotopen (elementen die straling uitzenden, ingezet voor diagnose of behandeling). Dat traject bevindt zich nog in een vroeg stadium en vereist langdurige klinische studies. Commerciële toepassing wordt hier pas in het volgende decennium verwacht.Internationale belangstelling De interesse vanuit de medische wereld is groot, vertelt Van den Dool. In Noord-Nederland werkt Sabiad samen met het Northern Infection Network for Joint Arthroplasty (NINJA), waarin topklinische ziekenhuizen samenwerken rond gewrichtsinfecties. Ook internationaal is er tractie: er lopen preklinische samenwerkingen met onder meer UCLA, en recente gesprekken met grote Amerikaanse ziekenhuizen. “Dit probleem speelt overal,” zegt Van den Dool. “We worden ouder, krijgen meer implantaten en antibioticaresistentie neemt toe. Iedereen in de zorg ziet dat dit niet houdbaar is.”Dicht bij het ecosysteem Sabiad’s keuze voor de Healthy Ageing Campus in Groningen, pal tegenover het UMCG, was bewust, aldus Van den Dool. “Onze klinische studies, microbiologische expertise en orthopedische samenwerkingen zitten hier. Dan wil je letterlijk dichtbij zitten. Zo start de eerste fase nul-studie dit jaar in het UMCG onder begeleiding van professor Paul Jutten van Orthopedie,” legt Van den Dool uit. Over vijf tot tien jaar verwacht Sabiad onderdeel te zijn van een groter medtech- of farmaceutisch bedrijf. “Onze rol is om de technologie tot en met fase twee van klinische studies te brengen,” zegt Van den Dool. “Daarna is schaal nodig om deze innovatie echt wereldwijd bij de patiënt te krijgen.” De maatschappelijke impact kan groot zijn. Minder heroperaties, sneller herstel, lagere zorgkosten en gerichter antibioticagebruik. “Iedereen kent wel iemand met een geïnfecteerde prothese,” zegt Van den Dool. “Als wij kunnen bijdragen aan een snellere, betere aanpak, dan maken we echt verschil.” Artikel: Campus Groningen (auteur Marlies Schipperheijn)Foto: Saskia van den Dool

Future Tech Ventures investeert in ModAlgae voor duurzame doorbraak in personal care
di 20 januari 2026

Future Tech Ventures investeert in ModAlgae voor duurzame doorbraak in personal care

Future Tech Ventures investeert in ModAlgae, een spin-off van de Rijksuniversiteit Groningen en Zernike campusbewoner, die een innovatief, biobased ingrediënt ontwikkelt op basis van microalgen. Met de investering kan ModAlgae opschalen en toewerken naar de marktintroductie van een nieuw type glycogeen voor de personal care-industrie, dat aantoonbaar betere huidhydratatie biedt dan bestaande ingrediënten.

Groningse studenten brengen 200 jaar aardappelzetmeel tot leven; boekpresentatie tijdens Campus Café
do 8 januari 2026

Groningse studenten brengen 200 jaar aardappelzetmeel tot leven; boekpresentatie tijdens Campus Café

De aardappel lijkt misschien een eenvoudig gewas, maar achter de Groningse aardappelzetmeelindustrie schuilt een geschiedenis vol vernieuwing en onverwachte ontwikkelingen. Vier geschiedenisstudenten van de Rijksuniversiteit Groningen doken in dat verhaal en ontdekten hoe een regionale bedrijfstak uitgroeide tot een innovatieve speler met internationale betekenis.

PET-CT-scan UMCG
di 6 januari 2026

UMCG onderzoekt of PET-CT-scan in OK heroperatie bij kanker kan voorkomen

Het UMCG op de Healthy Ageing Campus is als eerste ziekenhuis in Nederland begonnen met een klinische studie waarbij tijdens een operatie direct wordt gecontroleerd of een tumor volledig is verwijderd. Dat gebeurt met behulp van een mobiele PET-CT scanner, die op de operatiekamer direct het verwijderde weefsel scant.