Hoe verduurzamen we miljoenen woningen zonder bewoners op kosten te jagen of complete wijken tegelijkertijd op de schop te nemen? Met die vraag hielden onderzoekers van DNV zich de afgelopen anderhalf jaar bezig op Campus Groningen. Het resultaat is op donderdag 18 juni gepresenteerd: een proof-of-concept van een multi-fuel cv-ketel die automatisch kan schakelen tussen verschillende duurzame gassoorten.
Volgens Johan Knijp, site manager Groningen van DNV, kan de innovatie een belangrijke rol spelen in de energietransitie van de gebouwde omgeving. “Op dit moment moeten aanpassingen aan woningen en het omschakelen van het gasnet vrijwel gelijktijdig plaatsvinden”, vertelt hij. “Dat maakt de transitie ingewikkeld. Met deze technologie kunnen we die twee bewegingen van elkaar loskoppelen.”
De multi-fuel cv-ketel stelt zichzelf automatisch af op de beschikbare gaskwaliteit. Of er nu aardgas, waterstof of een mengvorm wordt aangeboden: de installatie blijft functioneren zonder dat een monteur hoeft langs te komen. Voor bewoners verandert er weinig. Het comfort blijft hetzelfde, terwijl de woning al voorbereid is op toekomstige verduurzaming.
Dat biedt volgens Knijp grote voordelen. “Als iemand vandaag een nieuwe cv-ketel nodig heeft, moet die persoon eigenlijk nu al een keuze maken voor de toekomst. Met deze technologie hoeft dat dilemma er straks niet meer te zijn. Je kunt een ketel installeren die klaar is voor toekomstige veranderingen in het energiesysteem.”
Daarmee verdwijnt ook een belangrijk financieel knelpunt. Bewoners hoeven niet bang te zijn dat een relatief nieuwe installatie over enkele jaren vervangen moet worden omdat een wijk overstapt op een andere energiedrager in het gasnetwerk.
De innovatie speelt in op een toekomst waarin gasnetten niet verdwijnen, maar veranderen. Waar nu vooral aardgas wordt gebruikt, zullen in de toekomst steeds vaker duurzame alternatieven zoals waterstof, groen gas of synthetische gassen door dezelfde infrastructuur stromen.
“De energietransitie gaat niet per se over gasvrij worden”, zegt Knijp. “Het gaat om het afscheid nemen van fossiel aardgas. Bestaande gasnetten kunnen ook een belangrijke rol spelen bij het transport van duurzame gassen.” Juist daarom is flexibiliteit in woningen volgens hem essentieel. Apparatuur moet kunnen omgaan met verschillende energiedragers, zonder dat bewoners daar iets van merken.
De proof-of-concept werd ontwikkeld door een consortium van DNV, Stedin, Intergas, Bekaert en GasTerra. DNV vervulde daarbij de rol van onafhankelijke innovatiepartner. Het bedrijf ontwikkelt zelf geen eindproducten, maar bewijst dat nieuwe technologieën technisch haalbaar zijn.
“Wij brengen innovaties tot het punt waarop bewezen is dat ze werken”, legt Knijp uit. “Daarna is het aan fabrikanten en technologieontwikkelaars om er een marktproduct van te maken.”
De ontwikkeling vond plaats in de vestiging van DNV op Campus Groningen. Knijp ziet Campus Groningen als een omgeving waar nieuwe ideeën en verbindingen ontstaan. Hij pleit er zelfs voor om innovaties zoals deze in de toekomst ook in praktijksituaties te demonstreren en daarmee zichtbaar te maken voor een breder publiek.
“Campus Groningen is een mooie plek om nieuwe technologie te laten zien. Uiteindelijk wil je dat innovaties niet alleen in een laboratorium blijven, maar ook zichtbaar worden voor bewoners, bedrijven en beleidsmakers.”
Voor DNV heeft de ontwikkeling bovendien een bijzonder historisch tintje. Vanuit Groningen speelde het bedrijf in de jaren tachtig al een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de eerste HR-ketel. Ruim veertig jaar later werkt het opnieuw aan een technologie die invloed kan hebben op de manier waarop woningen worden verwarmd.
De multi-fuel cv-ketel is nog geen product dat morgen in de winkel ligt. De demonstratie op 18 juni markeert vooral een belangrijke tussenstap: het bewijs dat de technologie werkt. Maar als de volgende ontwikkelfase succesvol verloopt, kan juist deze flexibiliteit een sleutelrol spelen in een betaalbare en beheersbare energietransitie.
Knijp kijkt daarbij vooral naar de impact voor bewoners. "Hoe mooi zou het zijn dat je over een paar jaar een cv-ketel kunt kopen waarvan je zeker weet dat die altijd mee kan, welke kant de energietransitie ook op gaat?" Precies daarin schuilt volgens hem de kracht van de innovatie: niet méér complexiteit toevoegen aan de energietransitie, maar deze juist eenvoudiger maken.
Fotograaf: Jan Buwalda
Het grootschalige bevolkingsonderzoek Lifelines nodigt voor het eerst in twintig jaar nieuwe deelnemers uit. Het onderzoek zoekt ongeveer 16.000 familieleden van bestaande deelnemers. De uitbreiding is mogelijk gemaakt door een subsidie van het Nationaal Programma Groningen (NPG).
Afgelopen week is de Kavli-prijs 2026 uitgereikt. De Kavli-prijs geldt, naast de Nobelprijs, als een van de hoogste onderscheidingen in de wetenschap en wordt elke twee jaar uitgereikt door de Norwegian Academy of Science and Letters.
Wie ontwikkelt de meest impactvolle innovatie binnen de Life Sciences & Health in Noord-Nederland? Vijf bedrijven maken dit jaar kans op de LIFE Science Innovation Award 2026: Flux Robotics, Limosa Immunodiagnostics, SPCTR, MimeCure en GlycanScan International. De genomineerden presenteren hun innovaties op dinsdag 22 september tijdens de vijfde editie van de LIFE Science Conference in Groningen. Een onafhankelijke jury kiest vervolgens de winnaar, die een geldprijs van €10.000 ontvangt.