De biomedische startup Bioprex Medical ontwikkelt op Campus Groningen een veelbelovende technologie om infectierisico’s bij implantaten drastisch te verlagen. "We willen medische implantaten veiliger maken voor patiënten," zegt Jurr van Ramshorst, operationeel directeur van Bioprex Medical.
In het InnoLab Engineering op Campus Groningen werkt een klein, interdisciplinair team van Bioprex Medical aan een groot probleem: infecties die ontstaan na het plaatsen van medische implantaten. Deze kunnen levensbedreigend zijn en komen nog te vaak voor. De oplossing? Een slimme antibacteriële coating die bacteriën doodt die zich hechten aan implantaten zoals schroeven, plaatjes of stents.
“Bacteriën houden ervan om zich te nestelen op lichaamsvreemde materialen. Daar kunnen ze zich goed beschermen tegen het immuunsysteem en kunnen ze in enkele dagen een gevaarlijke infectie veroorzaken,” legt Van Ramshorst uit. “Onze coating, genaamd Bioprex, doodt bacteriën nog voordat ze zich kunnen hechten.”
Het innovatieve product van Bioprex bestaat uit een drielaagse coating. “Het is te vergelijken met het schilderen van een huis: eerst een primer, dan een functionele tussenlaag, en tot slot een toplaag,” aldus Van Ramshorst. De unieke structuur van de tussenlaag, een vertakt polymeer, maakt het mogelijk om de coating af te stemmen op uiteenlopende materialen en toepassingen, van titanium schroeven tot siliconen slangetjes.
“We kunnen de hardheid en flexibiliteit van de coating aanpassen. Voor een implantaat dat veel kracht moet weerstaan, maken we de coating stevig en krasvast. Voor toepassingen waar flexibiliteit nodig is, zorgen we dat het mee kan buigen zonder te barsten.”
De technologie bevindt zich momenteel in de preklinische fase. Bioprex Medical test de coating intensief in het lab, in samenwerking met onder meer het UMCG. Het doel: binnen een jaar een eerste industriële samenwerkingspartner vinden en de stap zetten naar klinische studies.
“We richten ons in eerste instantie op producenten van orthopedisch materiaal. Niet om zelf implantaten te maken, maar om onze coating op bestaande producten aan te brengen. Zo kunnen we sneller naar de markt en hebben we meer impact,” zegt Van Ramshorst.
“Campus Groningen is de plek waar chemie en life sciences samenkomen. Hier zit de expertise en know-how: van bedrijven als PolyVation en Polyganics tot toegang tot universitaire apparatuur en kennis. We vinden hier precies wat we nodig hebben.”
- Jurr van Ramshorst, operationeel directeur van Bioprex Medical
De wortels van Bioprex Medical liggen bij het Zernike Institute for Advanced Materials, waar de oorspronkelijke uitvinding werd gedaan door emeritus hoogleraar Loontjens. De keuze voor vestiging van deze spin-off op Campus Groningen en in het InnoLab Chemistry & Engineering lag voor de hand.
“Campus Groningen is de plek waar chemie en life sciences samenkomen. Hier zit de expertise en know-how: van bedrijven als PolyVation en Polyganics tot toegang tot universitaire apparatuur en kennis. We vinden hier precies wat we nodig hebben.”
Hoewel Bioprex zich pas recent in het Innolab heeft gevestigd, is er al volop contact en kennisuitwisseling met andere campusbedrijven. “De mogelijkheden voor toekomstige samenwerking zijn groot, zeker als we richting productie en opschaling gaan,” aldus Van Ramshorst. Het bedrijf is inmiddels ook lid van de LIFE Cooperative, het noordelijk samenwerkingsverband van life science bedrijven.
Naast kennisuitwisseling en toegang tot faciliteiten, biedt de campus ook kansen voor samenwerking met studenten, zo ziet Jurr van Ramshorst. Het bedrijf streeft binnen afzienbare tijd naar uitbreiding van het R&D-team, en er zijn concrete plannen om vanaf het najaar al stageplekken aan te bieden. Campus Groningen is daarvoor de ideale plek: met veel relevante opleidingen bevinden zich om de hoek. “We zitten hier letterlijk op de drempel van diverse relevante opleidingen,” zegt Jurr. “Dat maakt het makkelijker om studenten te betrekken en ook om op termijn stageplekken en startersfuncties te faciliteren.”
Bioprex Medical hoopt binnen enkele jaren haar eerste product op de markt te brengen. “Als we één toepassing klinisch hebben gevalideerd, dan kunnen we snel opschalen,” zegt Van Ramshorst. “Onze technologie is in principe breed toepasbaar. Van orthopedie tot cardiovasculaire implantaten.”
De komende periode is cruciaal. Vertrouwen winnen bij industriële partners, samen de coating optimaliseren voor specifieke producten, en daarna de lange maar noodzakelijke route van klinische validatie. Van Ramshorst is optimistisch: “De urgentie is duidelijk. Iedereen in de sector zoekt naar manieren om infecties te voorkomen. Wij denken een schaalbare en aanpasbare oplossing te hebben.”
Meer weten?
Wil je meer weten over de coating van Bioprex Medical of mogelijkheden tot samenwerking met het bedrijf verkennen? Kijk op de site van Bioprex Medical of neem contact op met Jurr van Ramshorst (j.vanramshorst@bioprexmedical.com).
Tekst: Campus Groningen
Foto v.l.n.r.: Jurr van Ramshorst (COO), Jan Swartjes (Head of Product Development), Yu Sheng (Lab Analyst), Rui Li (Senior Scientist).
Sasha Ivashchenko en Thijs van der Laan winnen Ben Feringa Impact Award 2026 Op dinsdag 9 juni werd de Ben Feringa Impact Award 2026 uitgereikt. De 6e editie van de jaarlijkse award ceremonie vond dit jaar plaats in Forum Groningen. Sasha Ivashchenko won de award in de categorie onderzoekers en Thijs van der Laan kreeg de prijs uitgereikt in de categorie studenten.Onderzoekers Sasha Ivashchenko (Faculteit Medische Wetenschappen/UMGC) won de award voor haar project “Revolutionizing Pediatric and Prenatal Cancer Imaging: 90% Dose Reduction with Total-Body PET/CT”, dat gericht is op het veiliger maken van PET/CT beeldvorming voor kinderen met kanker en andere ernstige aandoeningen. Kinderen en zwangere patiënten die een kankerbehandeling ondergaan, moeten vaak herhaalde PET/CT-scans ondergaan, terwijl kinderen tot tien keer gevoeliger zijn voor straling dan volwassenen. Met overlevingskansen van kinderkanker die meer dan 80% bedragen, is het verminderen van stralingsblootstelling essentieel om secundaire kankers later in het leven te voorkomen. Met behulp van innovatieve total-body PET/CT-technologie optimaliseert dit UMCG-project de PET/CT-beeldvorming voor deze kwetsbare groepen. Het project heeft de stralingsblootstelling met meer dan 90% verminderd voor zwangere vrouwen en jonge kinderen, en de scantijden teruggebracht tot één minuut (van 15-20 minuten), waardoor narcose overbodig is geworden. Deze doorbraak zet een nieuwe wereldwijde standaard voor kinder- en prenatale beeldvorming, wat de veiligheid, het comfort en, op lange termijn, de gezondheidsuitkomsten aanzienlijk verbetert. De jury was zeer verheugd over dit project. Het gaat in op een zeer belangrijk thema en toont daarbij slim ontwerp en grote relevantie. De jury prijst Sasha Ivashchenko’s vermogen om duidelijk uit te leggen waarom haar methode beter presteert dan bestaande praktijken. Dit is een opmerkelijke prestatie in een veld waar het veranderen van gevestigde werkprocessen een uitdaging kan zijn.Studenten Thijs van der Laan (Faculty Science & Engineering) kreeg de award uitgereikt voor zijn project “AI-phasia: Next-Word Prediction for Pauses and Paraphasias in Agrammatic Anomic Aphasic Speech Using Unidirectional Large Language Models”, dat gericht is op de AI-ondersteunende communicatie voor mensen met afasie. Afasie is een veelvoorkomende taalstoornis na hersenletsel, dat ernstige woordvindingsproblemen en aarzelingen veroorzaakt, en vaak leidt tot moeilijk verstaanbare spraak. Het winnende project onderzoekt of voorspellingsmodellen voor het volgende woord deze sprekers in de praktijk kunnen ondersteunen tijdens echte gesprekken. Thijs van der Laan bouwde en evalueerde een compleet systeem dat waarschijnlijke volgende woorden voorspelt op momenten van aarzeling. De modeluitkomsten werden zowel kwantitatief als door menselijke beoordelaars beoordeeld, die veel voorspellingen als contextueel passend en potentieel bruikbaar in therapie en het dagelijks leven beoordelen. Klinisch specialisten reageerden positief toen de resultaten werden gepresenteerd op het AfasieNet-congres, wat leidde tot de deelname van negen revalidatiecentra aan de samenwerking. Het project biedt een realistische route naar hulpmiddelen die het oproepen van woorden tijdens alledaagse communicatie kunnen vergemakkelijken. Op de langere termijn kunnen deze tools worden aangepast voor andere groepen met woordvindingsproblemen, zoals mensen met dementie en oudere volwassenen. De jury was zeer enthousiast over dit project. Het sprong ten eerste in het oog door zijn heldere en overtuigende schrijfstijl, met een innovatief idee als kern dat de essentie van AI als taalmodel perfect vangt. De jury was onder de indruk van hoe de positieve impact van AI wordt geïllustreerd, wat aantoont hoe innovatief en waardevol deze technologie kan zijn. De scriptie van Thijs van der Laan diende als pilotstudie voor een groter onderzoeksproject dat recentelijk een NWO-Veni-subsidie heeft ontvangen. Het project trok bovendien de aandacht van Museum NEMO en de Nederlandse omroep NOS.Ben Feringa Impact Award Jaarlijks onderscheidt de Rijksuniversiteit Groningen bijzondere prestaties van haar onderzoekers en studenten op het gebied van kennisbenutting met de Ben Feringa Impact Award. Hiermee worden wetenschappers en studenten met uitzonderlijke aandacht voor kennisbenutting geëerd. Onder kennisbenutting wordt het verbinden van wetenschappelijk onderzoek aan een professionele (niet-academische) en/of maatschappelijke (waaronder economische) praktijk verstaan. Het winnende project in de categorie studenten ontvangt een prijs van € 2500 ter vrije besteding. Dit bedrag wordt gefinancierd door het Ubbo Emmius Fonds. Het winnende project in de categorie onderzoekers ontvangt een prijs van € 5000 ter besteding aan verdere kennisbenutting. De jury voor de beoordeling van de nominaties voor de Ben Feringa Impact Award 2026 bestond uit Francesco Picchioni (RUG/FSE), Bettina van Hoven (RUG/UCG), Lana Fahham (RUG/CvB), Joost van Egmond (Wetenschapsjournalist, Trouw), en Nienke Homan (Voorzitter KNVCI/CEO Impact Hydrogen). Bron artikel: rug.nl Foto: Winnaars Thijs van der Laan en Sasha Ivashchenko samen met Ben Feringa (Fotograaf: Pjotr Wiese)
Volgens Meijer was niet alleen het aantal deelnemers een succes, maar vooral de manier waarop het evenement werd beleefd. "Het klopte. We hadden een mooi parcours, veel betrokken vrijwilligers en enthousiaste deelnemers. De reacties achteraf waren ontzettend positief. Dat maakt je trots." De belangstelling voor de marathon bleek groot. De inschrijving werd aanvankelijk begrensd op 2.500 deelnemers, maar na een snelle groei van de wachtlijst werd het maximum verhoogd. Uiteindelijk verschenen bijna 2.700 marathonlopers aan de start. Samen met de deelnemers aan de halve marathon, 10 kilometer en de kidsrun groeide het evenement naar ruim 12.000 deelnemers.Platform voor ambities Tijdens de Marathon Groningen powered by Campus Groningen, ondertekenden verschillende regionale partners en Golazo een intentieverklaring om het evenement de komende jaren gezamenlijk verder te ontwikkelen. Over die gedeelde ambitie zegt Meijer: "Golazo zet mensen letterlijk in beweging, maar de kracht van een evenement zit in alles wat eromheen ontstaat", vertelt hij. "Een marathon kan een platform zijn waarop veel verschillende ambities samenkomen." Hij vergelijkt het evenement met een groot cruiseschip. "De marathon is het schip waarop allerlei partijen meevaren. Op ieder dek gebeurt iets anders, maar iedereen vaart wel dezelfde koers. Het evenement vormt de basis waarop andere initiatieven kunnen aanhaken." Juist daarin ziet Meijer kansen voor Groningen. Thema's als gezondheid, talentontwikkeling, regionale trots en maatschappelijke betrokkenheid sluiten volgens hem goed aan bij de kracht van het evenement. Volgens Meijer speelt Campus Groningen daarbij een belangrijke verbindende rol. "Met de partners van Campus Groningen kom je eigenlijk direct in de haarvaten van veel belangrijke partijen in de stad. Daar liggen enorme kansen om de verschillende ambities die er zijn te verbinden aan Marathon Groningen als platform."Organisch groeien Voor de komende jaren kiest Golazo nadrukkelijk voor een geleidelijke en duurzame ontwikkeling van Marathon Groningen. "We geloven in organische groei", zegt Meijer. "Eerst moet het fundament goed zijn. Dat staat er nu. Vervolgens kijk je hoe je daar jaar na jaar op kunt voortbouwen." Die groei zit volgens hem niet alleen in deelnemersaantallen, maar ook in betrokkenheid vanuit de regio. Zo ziet hij kansen om meer bedrijven aan het evenement te verbinden en het draagvlak in de stad verder te vergroten. "Uiteindelijk willen we dat de Marathon Groningen net als de 4 Mijl een vaste plek krijgt in de agenda van mensen. Een evenement waarvan je weet: dat hoort bij Groningen." Daarnaast hoopt Golazo de komende jaren toe te werken naar een stabiele datum op de evenementenkalender en een verdere groei van het aantal deelnemers, zonder concessies te doen aan de kwaliteit van het evenement.Een event voor de breedtesporter Hoewel de volledige marathon dit jaar voor het eerst op het programma stond, kijkt Golazo nadrukkelijk naar het evenement als geheel. Naast de marathon trokken ook de halve marathon, de 10 kilometer en de kidsrun duizenden deelnemers naar Groningen. "Als je naar het totaal kijkt, zie je dat de grootste deelnemersaantallen juist op de kortere afstanden zitten. Dat geldt in veel steden. Daarom kijken wij naar de impact van het hele evenement", zegt Meijer. De ambitie is dan ook niet om te concurreren met grote internationale marathons als Rotterdam of Amsterdam, maar om een aantrekkelijk hardloopevenement te zijn voor breedtesporters uit Groningen en ver daarbuiten. "Het moet een evenement zijn waar mensen graag naartoe komen omdat ze iets met Groningen hebben, hier hebben gestudeerd of simpelweg een mooi parcours willen lopen. Daar ligt onze kracht." Na een succesvolle tweede editie van het hardloopevenement en de eerste met een volledige marathon, kijkt Golazo vooral vooruit. Eén ding staat volgens Meijer al vast: "Marathon Groningen komt terug. We zijn ontzettend blij met wat we samen met alle partners hebben neergezet en kijken nu naar de volgende stap." Bron artikel: Campus Groningen (auteur marlies Schipperheijn). Foto: Johan Meijer
Een Europese primeur op de Hanze: Een houten gebouw van vijf verdiepingen werd digitaal getest op aardbevingsbestendigheid. De afzonderlijke onderdelen van het gebouw, zoals vloeren en wanden, werden 8 mei gelijktijdig getest op verschillende locaties in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Griekenland. Via een digitale koppeling stonden al deze testlocaties met elkaar in verbinding, waardoor het gebouw als één geheel gemeten kon worden. Trillingen die op het ene onderdeel worden veroorzaakt, hebben namelijk direct invloed op alle andere onderdelen in het digitale model. Tot nu toe werkte het zo: één partij meet het effect van een aardbeving op de muur, een andere partij meet de vloer. Maar die trillingen beïnvloeden elkaar. Wie de onderdelen los test, mist het complete verhaal. Precies dat probleem lost het project Hysteresis op. Op één locatie samengebracht Voor het eerst worden alle meetdata van een complex gebouw vanuit verschillende locaties op hetzelfde moment samengebracht, alsof het één constructie is. Binnen Europa beschikt geen enkele testlocatie over apparatuur waar een heel gebouw mee gemeten kunnen worden bij een aardbeving. Door een aantal locaties met de beste apparatuur virtueel aan elkaar te koppelen met behulp van een computerproramma, wordt de meetapparatuur op de verschillende locaties aan elkaar gekoppeld. Vanuit het BuildinG-gebouw in Groningen stuurden Ihsan Bal, Eleni Smyrou and Kamer Ozdemir live de aardbevingssimulatie aan. In Patras (Griekenland) werden de dempingselementen getest, in Bristol (VK) de houten wanden op gesimuleerde zandondergrond. De reactiekrachten reizen binnen milliseconden terug naar Groningen, waar het algoritme de berekening continu bijstelt. "We hopen tijdens de test te ontdekken hoe ingenieurs het systeem beter kunnen vertrouwen", vertelt Bal. "Daarnaast willen we ook uitvinden hoe deze systemen efficiënter ontworpen kunnen worden."Hout in plaats van beton De inzet van hout is geen toeval. Beton is verantwoordelijk voor 5 tot 8 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Hout bindt juist koolstof en is een stuk goedkoper in productie en transport. Maar om hout verantwoord in te zetten voor hoogbouw, zijn betere technische richtlijnen nodig. Die ontbreken nu nog, waardoor bouwers vaak terugvallen op zware betonnen funderingen die lang niet altijd nodig zijn. Dit experiment levert de data om dat te veranderen. Relevant voor de regio De resultaten van het experiment zijn direct relevant voor de regio Groningen. Het project helpt beter te begrijpen welk effect aardbevingen hebben op de afzonderlijke onderdelen van een houten gebouw, zoals vloeren en wanden, en hoe die onderdelen elkaar beïnvloeden. Die kennis verbetert direct de manier waarop de veiligheid van bestaande gebouwen in de regio wordt beoordeeld en versterkt en nieuwe, houten gebouwen worden gebouwd. "Het is een langetermijninvestering voor de Hanze om juist hier in de regio testen te doen naar aardbevingsbestendig bouwen. Het is iets waar ik trots op ben dat we dit voor elkaar hebben gekregen", besluit Bal. Bron tekst en afbeelding: hanze.nl