Sabiad maakt implantaatinfecties zichtbaar. Bedrijf op Campus Groningen versnelt diagnose en behandeling

di 3 februari 2026

Snellere diagnostiek bij geïnfecteerde heup- en knieprotheses kan het verschil maken tussen herstel en een maandenlang, invaliderend traject. Het bedrijf Sabiad ontwikkelt technologie die bacteriële infecties zichtbaar maakt en in de toekomst zelfs gericht kan vernietigen. “Bij implantaatinfecties draait alles om tijd,” zegt Saskia van den Dool, co-founder en COO van Sabiad. “Zodra zich een biofilm vormt op het implantaat, neemt de kans op succesvolle behandeling snel af.”

Bacteriële infecties rond gewrichtsimplantaten behoren tot de meest hardnekkige complicaties in de orthopedie. Jaarlijks krijgen duizenden patiënten na een heup- of knieoperatie te maken met infecties die moeilijk te diagnosticeren en nog lastiger te behandelen zijn.

Sabiad, een spin-off van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) die voortbouwt op het onderzoek van prof.dr. Jan Maarten van Dijl, wil daar verandering in brengen. Het bedrijf ontwikkelt innovatieve diagnostische en therapeutische toepassingen rondom één centrale technologie: een antilichaam dat zich uiterst specifiek bindt aan Staphylococcus aureus, een van de belangrijkste veroorzakers van implantaatinfecties. Begin 2026 is het bedrijf van Friesland naar de Healthy Ageing Campus verhuisd.

Van oncologie naar infectieziekten

De wortels van Sabiad liggen deels in de oncologie. Mede-oprichter Ton van den Hoven was eerder betrokken bij SurgVision, een succesvolle UMCG-spin-off die met fluorescerende tracers tumorranden zichtbaar maakte tijdens operaties. “In de oncologie heeft tracertechnologie de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen,” zegt Van den Dool. “Wat wij doen, is dat concept doorvertalen naar bacteriële beeldvorming.”

Daarbij speelt ook een persoonlijke ervaring mee. Van den Hoven overleefde enkele jaren geleden een ernstige bacteriële infectie die leidde tot tien dagen intensive care en maanden ziekenhuisopname. “Dan weet je hoe levensbedreigend en ontwrichtend zo’n infectie kan zijn,” aldus Van den Dool. “Die urgentie zit diep in dit bedrijf.”

Tijd winnen is cruciaal

Het kernprobleem bij implantaatinfecties is tijd. De huidige standaarddiagnostiek berust op bacteriekweken, die twee tot vijf dagen duren. In die periode wordt vaak al gestart met breed-spectrum antibiotica, zonder precies te weten welke bacterie de boosdoener is. “En juist in die eerste dagen kan de biofilm zich ontwikkelen,” zegt Van den Dool. “Na vier of vijf dagen is de kans op succes al significant lager.”

Sabiad ontwikkelt daarom een diagnostische test op basis van gewrichtsvloeistof (synoviaal vocht), die buiten het lichaam wordt uitgevoerd. “Je kunt het vergelijken met een coronatest,” legt Van den Dool uit. “Je neemt wat vloeistof af, mengt die met onze test en krijgt snel antwoord. Daarmee win je die cruciale dagen.”

Deze zogeheten ex vivo test heeft een relatief kort regulatoir traject en zou volgens planning rond 2028–2029 op de markt kunnen komen.

Beeldvorming én therapie

Daarnaast werkt Sabiad aan een tracer die direct in de patiënt kan worden toegediend. Deze bindt zich specifiek aan Staphylococcus aureus en maakt de bacterie zichtbaar tijdens beeldvorming. “Als je iets zichtbaar kunt maken, kun je er in principe ook iets aan koppelen,” zegt Van den Dool. “Bijvoorbeeld een therapeutische component.”

Preklinisch onderzoek laat zien dat dezelfde antilichaamtechnologie kan worden ingezet om bacteriën gericht te vernietigen, bijvoorbeeld via fotodynamische therapie (bacteriën gericht doden met licht) of radioactieve isotopen (elementen die straling uitzenden, ingezet voor diagnose of behandeling). Dat traject bevindt zich nog in een vroeg stadium en vereist langdurige klinische studies. Commerciële toepassing wordt hier pas in het volgende decennium verwacht.

Internationale belangstelling

De interesse vanuit de medische wereld is groot, vertelt Van den Dool. In Noord-Nederland werkt Sabiad samen met het Northern Infection Network for Joint Arthroplasty (NINJA), waarin topklinische ziekenhuizen samenwerken rond gewrichtsinfecties. Ook internationaal is er tractie: er lopen preklinische samenwerkingen met onder meer UCLA, en recente gesprekken met grote Amerikaanse ziekenhuizen.

“Dit probleem speelt overal,” zegt Van den Dool. “We worden ouder, krijgen meer implantaten en antibioticaresistentie neemt toe. Iedereen in de zorg ziet dat dit niet houdbaar is.”

Dicht bij het ecosysteem

Sabiad’s keuze voor de Healthy Ageing Campus in Groningen, pal tegenover het UMCG, was bewust, aldus Van den Dool. “Onze klinische studies, microbiologische expertise en orthopedische samenwerkingen zitten hier. Dan wil je letterlijk dichtbij zitten. Zo start de eerste fase nul-studie dit jaar in het UMCG onder begeleiding van professor Paul Jutten van Orthopedie,” legt Van den Dool uit.

Over vijf tot tien jaar verwacht Sabiad onderdeel te zijn van een groter medtech- of farmaceutisch bedrijf. “Onze rol is om de technologie tot en met fase twee van klinische studies te brengen,” zegt Van den Dool. “Daarna is schaal nodig om deze innovatie echt wereldwijd bij de patiënt te krijgen.”

De maatschappelijke impact kan groot zijn. Minder heroperaties, sneller herstel, lagere zorgkosten en gerichter antibioticagebruik. “Iedereen kent wel iemand met een geïnfecteerde prothese,” zegt Van den Dool. “Als wij kunnen bijdragen aan een snellere, betere aanpak, dan maken we echt verschil.”

Artikel: Campus Groningen (auteur Marlies Schipperheijn)
Foto: Saskia van den Dool

Misschien ook interessant voor jou

do 23 april 2026

Campusbewoner Researchable zet wetenschappelijke kennis om in concrete AI- en dataoplossingen

Blaauw was niet alleen in zijn gevoel: inmiddels werken er nog vijf PhD’ers bij het bedrijf en beschikt de rest van het team over een master- of bachelor diploma. Met een sterke wetenschappelijke basis richten de twintig medewerkers zich op concrete vraagstukken van bedrijven. “Eigenlijk zijn we een strategische data- en AI-partner", legt Blaauw uit. "Dat betekent dat we niet blind uitvoeren wat er gevraagd wordt, maar kritisch kijken naar wat er nodig is. We pellen het probleem af tot de kern en kijken hoe data daar een structurele oplossing voor biedt. Vaak is AI daar het antwoord op, maar nooit het doel op zich.” Die academische achtergrond speelt daarbij een belangrijke rol. De medewerkers werken met kennis en technologie die nog niet in boeken staat. “De wereld van AI ontwikkelt zich zo snel dat een groot deel van onze kennis rechtstreeks uit wetenschappelijke artikelen komt.” Daarnaast helpt het abstracte denkvermogen van wetenschappelijk geschoolde mensen bij het doorgronden van complexe problemen, vertelt Blaauw. “In de eerste fase waarin een klant bij ons komt, gaan we niet direct bouwen, maar eerst graven. We benaderen een business-vraagstuk eigenlijk als een wetenschappelijk onderzoek: wat is de kernoorzaak en welk probleem lossen we écht op? We bouwen niet wat de klant vraagt, maar wat de klant nodig heeft.” Ongeveer 30 procent van de opdrachten van Researchable komt momenteel uit de wetenschappelijke wereld, en 70 procent van commerciële partijen. Zo werkte het bedrijf mee aan de AI-structuur van Legal Mike: een Groningse AI-assistent die juridische vraagstukken kan beantwoorden. Ook hierin is de combinatie van technologie en maatschappelijke impact duidelijk: “Het platform is natuurlijk handig voor een jurist, maar kan het recht ook toegankelijker maken voor een veel grotere groep mensen." ‘Europa first’ Volgens Blaauw is Europa inmiddels wakker geworden op digitaal gebied. “Geen America first, maar Europa first.” Het belang van een onafhankelijke Europese IT-infrastructuur is doorgedrongen, en dat merkt hij ook bij klanten van Researchable. “Het draait uiteindelijk om digitale soevereiniteit. Bedrijven willen niet langer afhankelijk zijn van Silicon Valley, maar zelf de controle houden over hun data”. Het bedrijf maakt zelf al gebruik van Nederlandse servers en wil dit in de toekomst ook als dienst aanbieden. “Een soort Researchable-cloud.” Ook de komst van de AI-fabriek is volgens Blaauw een stap in de goede richting. “De grootste waarde zie ik in het ecosysteem dat daardoor kan ontstaan. We kunnen ons als Groningen echt profileren als AI-stad van Europa.” Hij benadrukt dat Researchable daar ook deel van uitmaakt. “Aandeelhouders zien het bedrijf als groter dan het bedrijf zelf. Ze zien ons als een onderdeel van het ecosysteem dat Nederland en Europa beter kan maken.” Samenwerking is volgens Blaauw dan ook essentieel om digitale soevereiniteit te bereiken. Juist in het Noorden ziet hij dat dit al goed gebeurt. “Concurrenten werken vaak samen, delen kennis en drinken bij elkaar koffie. We zijn niet bang voor elkaar. Dat is misschien wel typisch Gronings. Als je niet kunt delen, dan kun je ook niet vermenigvuldigen.” Fotografie: Jan Buwalda Bron tekst: Merle van der Horst , Groninger Ondernemers Courant, 10 april 2026 Dit artikel stond ook in de fysieke Groninger Ondernemers Courant. Wil je de krant voortaan ook gratis ontvangen? Laat dan op www.gc.nl je gegevens achter!

wo 22 april 2026

Campus Groningen uitgelicht in IADP jubileumboek

Innovatie verbonden! Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van IADP (Innovation Area Development Partnership) is een jubileumboek uitgebracht waarin een decennium aan samenwerking, groei en innovatie wordt belicht.

Eerste editie Halve Marathon Groningen groot succes: regen, records en een gedeeld gevoel van trots
wo 15 april 2026

"Dit doet iets met de stad." Hoe de Marathon Groningen meer is dan hardlopen: impact op economie, gezondheid en samenleving

De Marathon Groningen powered by Campus Groningen is in korte tijd uitgegroeid tot meer dan een sportevenement. Het is een motor voor economische activiteit, een aanjager van gezondheid én een bron van trots voor de stad. Volgens Erwin Mulder (gemeente Groningen) en Jan Hugo Nuijt (Groningen & Partners) zit de kracht juist in die brede impact.