De Groningse startup IMChip boekt grote vooruitgang met hun baanbrekende technologie die de werking van chips fundamenteel verandert. Dankzij een recente investering van Future Tech Ventures (FTV) versnelt het jonge bedrijf de ontwikkeling van energiezuinige in-memory chips die kunstmatige intelligentie (AI) toegankelijker en duurzamer moeten maken.
IMChip (staat voor In-Memory Chip) ontwikkelt chips die denken als het menselijk brein. In tegenstelling tot traditionele chips, waarbij data op de ene plek wordt opgeslagen en op een andere plek wordt verwerkt, combineert de technologie van IMChip geheugen en verwerking op dezelfde locatie. Dit maakt snellere, energiezuinigere en slimmere berekeningen mogelijk, ideaal voor AI-toepassingen.
Ignacio Faustino, investeringsmanager bij Future Tech Ventures, is enthousiast over de investering in IMChip: “Wij zien in IMChip een unieke combinatie van wetenschappelijke kwaliteit en commercieel potentieel. Hun innovatieve chiparchitectuur sluit perfect aan bij de groeiende vraag naar energie-efficiënte oplossingen in AI. We zijn trots om IMChip te ondersteunen en bij te dragen aan de ontwikkeling van duurzame deeptech-innovatie, die naadloos aansluit bij onze visie op de toekomst.”
De technologie achter IMChip komt voort uit jarenlang onderzoek naar spintronica en neuromorfe systemen. Oprichter en Chief Scientific Officer Tamalika Banerjee werkte eerder bij instellingen zoals MIT en NanoLab Twente. In 2018 begon haar onderzoeksgroep met de ontwikkeling van door het brein geïnspireerde hardware. “We wilden chips creëren die kunnen leren, onthouden en rekenen zoals het brein, allemaal op één plek en met extreem laag energieverbruik,” zegt Tamalika. Deze technologie kan worden toegepast in de autoindustrie, in mobiele telefoons, in de gezondheidszorg, voor beveiliging en in AI. Denk bijvoorbeeld aan medische toepassingen en zelfrijdende auto’s: deze toepassingen zijn afhankelijk van bliksemsnelle beslissingen zonder vertraging.
IMChip werd officieel opgericht in november 2024. De aanleiding? Een pitch tijdens Innovation Day trok de aandacht van investeerders. Kort daarna werd een patent aangevraagd voor een nieuwe chiparchitectuur die geheugen en verwerking combineert, terwijl deze compatibel blijft met bestaande siliciumtechnologie. “We realiseerden ons dat onze technologie echt het potentieel had om de industrie te transformeren,” legt Tamalika uit.
Het team van IMChip is een unieke mix van ervaren onderzoekers en jonge talenten met achtergronden in natuurkunde, scheikunde, elektronica en AI. “Iedereen in het team is intrinsiek gemotiveerd om dit te laten slagen,” zegt Tamalika. “We komen wekelijks samen, brainstormen vaak en inspireren elkaar voortdurend. Het is letterlijk door het brein geïnspireerd teamwork.”
Waar traditionele chipfabrikanten zoals TSMC en Samsung zich richten op het verkleinen van componenten, kiest IMChip een andere weg: een fundamenteel nieuwe architectuur. “Onze chips zijn niet alleen kleiner en sneller, maar ook slimmer en energiezuiniger. Ze zijn ontworpen met het brein als blauwdruk,” legt Tamalika uit.
Dankzij een investering van FTV kan IMChip een cruciale stap zetten in de ontwikkeling van zijn technologie, van proof-of-concept naar een werkend prototype. Deze investering biedt IMChip de kans om zijn ambities waar te maken. De hoge operationele kosten in de cleanroom zijn een belangrijke uitdaging voor onze deeptech-startup. Het bedrijf streeft ernaar om binnen enkele jaren een eerste bruikbaar product te leveren.
IMChip ontwikkelt energiezuinige computerchips voor de chipindustrie om AI op een duurzame manier te versnellen. De startup werkt met gepatenteerde memristor-technologie uit de onderzoeksgroep van prof. Tamalika Banerjee aan chips voor toepassingen zoals zelfrijdende auto’s, waar efficiënte AI-taken met lage latentie aan boord moeten worden uitgevoerd. Het bedrijf is officieel gestart in het najaar van 2024 en bevindt zich in de vroege fase van productontwikkeling en het aantrekken van investeerders.
Bron artikel: Future Tech Ventures
Fotograaf: Jan Buwalda
Blaauw was niet alleen in zijn gevoel: inmiddels werken er nog vijf PhD’ers bij het bedrijf en beschikt de rest van het team over een master- of bachelor diploma. Met een sterke wetenschappelijke basis richten de twintig medewerkers zich op concrete vraagstukken van bedrijven. “Eigenlijk zijn we een strategische data- en AI-partner", legt Blaauw uit. "Dat betekent dat we niet blind uitvoeren wat er gevraagd wordt, maar kritisch kijken naar wat er nodig is. We pellen het probleem af tot de kern en kijken hoe data daar een structurele oplossing voor biedt. Vaak is AI daar het antwoord op, maar nooit het doel op zich.” Die academische achtergrond speelt daarbij een belangrijke rol. De medewerkers werken met kennis en technologie die nog niet in boeken staat. “De wereld van AI ontwikkelt zich zo snel dat een groot deel van onze kennis rechtstreeks uit wetenschappelijke artikelen komt.” Daarnaast helpt het abstracte denkvermogen van wetenschappelijk geschoolde mensen bij het doorgronden van complexe problemen, vertelt Blaauw. “In de eerste fase waarin een klant bij ons komt, gaan we niet direct bouwen, maar eerst graven. We benaderen een business-vraagstuk eigenlijk als een wetenschappelijk onderzoek: wat is de kernoorzaak en welk probleem lossen we écht op? We bouwen niet wat de klant vraagt, maar wat de klant nodig heeft.” Ongeveer 30 procent van de opdrachten van Researchable komt momenteel uit de wetenschappelijke wereld, en 70 procent van commerciële partijen. Zo werkte het bedrijf mee aan de AI-structuur van Legal Mike: een Groningse AI-assistent die juridische vraagstukken kan beantwoorden. Ook hierin is de combinatie van technologie en maatschappelijke impact duidelijk: “Het platform is natuurlijk handig voor een jurist, maar kan het recht ook toegankelijker maken voor een veel grotere groep mensen." ‘Europa first’ Volgens Blaauw is Europa inmiddels wakker geworden op digitaal gebied. “Geen America first, maar Europa first.” Het belang van een onafhankelijke Europese IT-infrastructuur is doorgedrongen, en dat merkt hij ook bij klanten van Researchable. “Het draait uiteindelijk om digitale soevereiniteit. Bedrijven willen niet langer afhankelijk zijn van Silicon Valley, maar zelf de controle houden over hun data”. Het bedrijf maakt zelf al gebruik van Nederlandse servers en wil dit in de toekomst ook als dienst aanbieden. “Een soort Researchable-cloud.” Ook de komst van de AI-fabriek is volgens Blaauw een stap in de goede richting. “De grootste waarde zie ik in het ecosysteem dat daardoor kan ontstaan. We kunnen ons als Groningen echt profileren als AI-stad van Europa.” Hij benadrukt dat Researchable daar ook deel van uitmaakt. “Aandeelhouders zien het bedrijf als groter dan het bedrijf zelf. Ze zien ons als een onderdeel van het ecosysteem dat Nederland en Europa beter kan maken.” Samenwerking is volgens Blaauw dan ook essentieel om digitale soevereiniteit te bereiken. Juist in het Noorden ziet hij dat dit al goed gebeurt. “Concurrenten werken vaak samen, delen kennis en drinken bij elkaar koffie. We zijn niet bang voor elkaar. Dat is misschien wel typisch Gronings. Als je niet kunt delen, dan kun je ook niet vermenigvuldigen.” Fotografie: Jan Buwalda Bron tekst: Merle van der Horst , Groninger Ondernemers Courant, 10 april 2026 Dit artikel stond ook in de fysieke Groninger Ondernemers Courant. Wil je de krant voortaan ook gratis ontvangen? Laat dan op www.gc.nl je gegevens achter!
Innovatie verbonden! Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van IADP (Innovation Area Development Partnership) is een jubileumboek uitgebracht waarin een decennium aan samenwerking, groei en innovatie wordt belicht.
De Marathon Groningen powered by Campus Groningen is in korte tijd uitgegroeid tot meer dan een sportevenement. Het is een motor voor economische activiteit, een aanjager van gezondheid én een bron van trots voor de stad. Volgens Erwin Mulder (gemeente Groningen) en Jan Hugo Nuijt (Groningen & Partners) zit de kracht juist in die brede impact.