Future Tech Ventures in de spotlight in het Dagblad van het Noorden. Lees hier het hele artikel van Richold Brandsma dat vandaag werd gepubliceerd in het Dagblad.
De Gronings-Eindhovense start-up Avoxt werkt aan een nieuw type elektrolyser. Die elektrolyser bevat geen membranen. Voordeel van zo’n membraanloze elektrolyser is dat de productiekosten van waterstof flink naar beneden kunnen. Avoxt is de nieuwste investering van Future Tech Ventures in Groningen. Dit nieuwe investeringsfonds komt voor uit de investeringsvehikels van UMCG (Triade), RUG (RUG Ventures), Investeringsfonds Groningen en de NOM.
De vier wilden meer doen voor pas opgerichte start-ups, zegt fondsmanager Niek Huizenga. ,,Ieder apart investeerden ze wel eens in een vroege fase start-up. Soms gebeurde het ook niet. Daardoor bleven heel innovatieve ideeën vaak op de plank liggen.’’ Het was de kritiek die prins Constantijn als speciaal gezant voor Techleap meerdere keren uitte op Nederlands universiteiten. De enorme hoeveelheid kennis op universiteiten leverde in de ogen van de prins onvoldoende waarde op voor de samenleving.
NOM, Triade, RUG Ventures en Investeringsfonds Groningen bundelden de krachten met Future Tech Ventures. De vroege financiering van bedrijven die aan de slag gingen met veelbelovende ideeën of technologie kreeg zo meer handen en voeten. De zakken van Future Tech Ventures zijn gevuld. Het fonds is betreft 20 miljoen euro (10 miljoen van de oprichters en 10 miljoen uit het Joint Transition Fund). Het doel is om in vijf jaar tijd vijftig pas gestarte bedrijven te voorzien van geld om verder te groeien. De behoefte eraan bleek groot. De komst van het fonds zong al enige tijd rond, zegt Huizenga. ,,Toen we uiteindelijk in september vorig jaar los gingen, hadden we meteen een lijst van 100 potentiële investeringen.’’
Het fonds investeert per bedrijf maximaal 350.000 euro. Maar niet iedereen met een idee is zomaar verzekerd van geld, maakt investment manager Kyra Weaver duidelijk. Een eerste voorwaarde is dat er een bedrijf bestaat. Investeren in een project gaat niet. Bovendien moet het bedrijf nog in ontwikkeling zijn. Er mag nog geen commerciële omzet gedraaid worden. Ook moet er een duidelijke link zijn naar Groningen of Emmen (het gebied van JTF). ,,We zoeken actief naar bedrijven in alle noordelijke provincies, maar hun impact in bijvoorbeeld de vorm van werkgelegenheid moet echt in Groningen of Emmen vallen. Ook is van belang dat het bedrijf met iets bezig is wat echt vernieuwend en innovatief is”.
Het moment waarop Future Tech Ventures instapt is de fase waarin de startup bezig is technologie verder te ontwikkelen. Huizenga: ,,Waar wij naar kijken is of die technologie echt veel waarde kan hebben en of de markt erop zit te wachten.’’ Een belangrijk onderdeel van dit onderzoek is ook de interesse van eventuele vervolginvesteerders. ,,Want we willen ook helpen in de toekomstige ontwikkeling van een bedrijf. Met onze investering willen we het bedrijf helpen naar een volgende fase te komen. Een fase waarin een volgende investeerder denkt dat het lonend kan zijn er geld in te steken.’’
Negen veelbelovende startups zijn inmiddels aan de slag met geld van Future Tech Ventures. ,,Er zitten op dit moment nog tien in de pijplijn’’, zegt Weaver. Het zorgvuldige vooronderzoek ten spijt, blijft het investeren op risico wat het fonds doet. De bedrijfjes staan nog in de kinderschoenen. Van de vijftig investeringen die Future Tech Ventures wil doen, zal een deel niet de eindstreep halen. ,,Maar we willen innovatie van de grond krijgen en dan moet je ergens beginnen en af en toe durven’’, zegt Huizenga. ,,Elk bedrijf moet de intentie hebben groot te worden en impact te maken. Maar het is gewoon zo dat een deel het niet zal halen. Dat is een risico dat we binnen ons fonds accepteren. Je geeft jonge bedrijven de kans een start te maken.’’
Hoe groot is het probleem waarvoor dit bedrijf een oplossing biedt? Is deze oplossing werkelijk waar een oplossing voor dit probleem? En is het team dat eraan werkt goed genoeg om het probleem echt op te lossen. Negen bedrijven hebben deze proeve van bekwaamheid met goed gevolg afgelegd en worden gesteund door Future Tech Ventures. Ze kunnen in de toekomst impact maken. ‘Impact? Stel dat je elk jaar duizenden kinderlevens redt’. Enkele voorbeelden:
-SeaO2. SeaO2 ontwikkelt technologie om oceanen en indirect de lucht te ontdoen van CO2. De CO2 wordt opgeslagen of is te recyclen.
-Balto. Biedt patiënten op maat gesneden ondersteuning bij het naleven van door de huisarts voorgeschreven therapie.
-Fused Button Battery. Wereldwijd overlijden jaarlijks duizenden kinderen nadat ze een zogeheten knoopcelbatterij hebben ingeslikt. Fused Button Battery heeft technologie die de batterij veiliger maakt.
-IoniQS. Technologie van IoniQS kan lithium terugwinnen uit afvalwater. Bespaart op delven kritieke grondstof lithium en bespaart water.
Bron tekst: Dagblad van het Noorden, Richold Brandsma
Sasha Ivashchenko en Thijs van der Laan winnen Ben Feringa Impact Award 2026 Op dinsdag 9 juni werd de Ben Feringa Impact Award 2026 uitgereikt. De 6e editie van de jaarlijkse award ceremonie vond dit jaar plaats in Forum Groningen. Sasha Ivashchenko won de award in de categorie onderzoekers en Thijs van der Laan kreeg de prijs uitgereikt in de categorie studenten.Onderzoekers Sasha Ivashchenko (Faculteit Medische Wetenschappen/UMGC) won de award voor haar project “Revolutionizing Pediatric and Prenatal Cancer Imaging: 90% Dose Reduction with Total-Body PET/CT”, dat gericht is op het veiliger maken van PET/CT beeldvorming voor kinderen met kanker en andere ernstige aandoeningen. Kinderen en zwangere patiënten die een kankerbehandeling ondergaan, moeten vaak herhaalde PET/CT-scans ondergaan, terwijl kinderen tot tien keer gevoeliger zijn voor straling dan volwassenen. Met overlevingskansen van kinderkanker die meer dan 80% bedragen, is het verminderen van stralingsblootstelling essentieel om secundaire kankers later in het leven te voorkomen. Met behulp van innovatieve total-body PET/CT-technologie optimaliseert dit UMCG-project de PET/CT-beeldvorming voor deze kwetsbare groepen. Het project heeft de stralingsblootstelling met meer dan 90% verminderd voor zwangere vrouwen en jonge kinderen, en de scantijden teruggebracht tot één minuut (van 15-20 minuten), waardoor narcose overbodig is geworden. Deze doorbraak zet een nieuwe wereldwijde standaard voor kinder- en prenatale beeldvorming, wat de veiligheid, het comfort en, op lange termijn, de gezondheidsuitkomsten aanzienlijk verbetert. De jury was zeer verheugd over dit project. Het gaat in op een zeer belangrijk thema en toont daarbij slim ontwerp en grote relevantie. De jury prijst Sasha Ivashchenko’s vermogen om duidelijk uit te leggen waarom haar methode beter presteert dan bestaande praktijken. Dit is een opmerkelijke prestatie in een veld waar het veranderen van gevestigde werkprocessen een uitdaging kan zijn.Studenten Thijs van der Laan (Faculty Science & Engineering) kreeg de award uitgereikt voor zijn project “AI-phasia: Next-Word Prediction for Pauses and Paraphasias in Agrammatic Anomic Aphasic Speech Using Unidirectional Large Language Models”, dat gericht is op de AI-ondersteunende communicatie voor mensen met afasie. Afasie is een veelvoorkomende taalstoornis na hersenletsel, dat ernstige woordvindingsproblemen en aarzelingen veroorzaakt, en vaak leidt tot moeilijk verstaanbare spraak. Het winnende project onderzoekt of voorspellingsmodellen voor het volgende woord deze sprekers in de praktijk kunnen ondersteunen tijdens echte gesprekken. Thijs van der Laan bouwde en evalueerde een compleet systeem dat waarschijnlijke volgende woorden voorspelt op momenten van aarzeling. De modeluitkomsten werden zowel kwantitatief als door menselijke beoordelaars beoordeeld, die veel voorspellingen als contextueel passend en potentieel bruikbaar in therapie en het dagelijks leven beoordelen. Klinisch specialisten reageerden positief toen de resultaten werden gepresenteerd op het AfasieNet-congres, wat leidde tot de deelname van negen revalidatiecentra aan de samenwerking. Het project biedt een realistische route naar hulpmiddelen die het oproepen van woorden tijdens alledaagse communicatie kunnen vergemakkelijken. Op de langere termijn kunnen deze tools worden aangepast voor andere groepen met woordvindingsproblemen, zoals mensen met dementie en oudere volwassenen. De jury was zeer enthousiast over dit project. Het sprong ten eerste in het oog door zijn heldere en overtuigende schrijfstijl, met een innovatief idee als kern dat de essentie van AI als taalmodel perfect vangt. De jury was onder de indruk van hoe de positieve impact van AI wordt geïllustreerd, wat aantoont hoe innovatief en waardevol deze technologie kan zijn. De scriptie van Thijs van der Laan diende als pilotstudie voor een groter onderzoeksproject dat recentelijk een NWO-Veni-subsidie heeft ontvangen. Het project trok bovendien de aandacht van Museum NEMO en de Nederlandse omroep NOS.Ben Feringa Impact Award Jaarlijks onderscheidt de Rijksuniversiteit Groningen bijzondere prestaties van haar onderzoekers en studenten op het gebied van kennisbenutting met de Ben Feringa Impact Award. Hiermee worden wetenschappers en studenten met uitzonderlijke aandacht voor kennisbenutting geëerd. Onder kennisbenutting wordt het verbinden van wetenschappelijk onderzoek aan een professionele (niet-academische) en/of maatschappelijke (waaronder economische) praktijk verstaan. Het winnende project in de categorie studenten ontvangt een prijs van € 2500 ter vrije besteding. Dit bedrag wordt gefinancierd door het Ubbo Emmius Fonds. Het winnende project in de categorie onderzoekers ontvangt een prijs van € 5000 ter besteding aan verdere kennisbenutting. De jury voor de beoordeling van de nominaties voor de Ben Feringa Impact Award 2026 bestond uit Francesco Picchioni (RUG/FSE), Bettina van Hoven (RUG/UCG), Lana Fahham (RUG/CvB), Joost van Egmond (Wetenschapsjournalist, Trouw), en Nienke Homan (Voorzitter KNVCI/CEO Impact Hydrogen). Bron artikel: rug.nl Foto: Winnaars Thijs van der Laan en Sasha Ivashchenko samen met Ben Feringa (Fotograaf: Pjotr Wiese)
Volgens Meijer was niet alleen het aantal deelnemers een succes, maar vooral de manier waarop het evenement werd beleefd. "Het klopte. We hadden een mooi parcours, veel betrokken vrijwilligers en enthousiaste deelnemers. De reacties achteraf waren ontzettend positief. Dat maakt je trots." De belangstelling voor de marathon bleek groot. De inschrijving werd aanvankelijk begrensd op 2.500 deelnemers, maar na een snelle groei van de wachtlijst werd het maximum verhoogd. Uiteindelijk verschenen bijna 2.700 marathonlopers aan de start. Samen met de deelnemers aan de halve marathon, 10 kilometer en de kidsrun groeide het evenement naar ruim 12.000 deelnemers.Platform voor ambities Tijdens de Marathon Groningen powered by Campus Groningen, ondertekenden verschillende regionale partners en Golazo een intentieverklaring om het evenement de komende jaren gezamenlijk verder te ontwikkelen. Over die gedeelde ambitie zegt Meijer: "Golazo zet mensen letterlijk in beweging, maar de kracht van een evenement zit in alles wat eromheen ontstaat", vertelt hij. "Een marathon kan een platform zijn waarop veel verschillende ambities samenkomen." Hij vergelijkt het evenement met een groot cruiseschip. "De marathon is het schip waarop allerlei partijen meevaren. Op ieder dek gebeurt iets anders, maar iedereen vaart wel dezelfde koers. Het evenement vormt de basis waarop andere initiatieven kunnen aanhaken." Juist daarin ziet Meijer kansen voor Groningen. Thema's als gezondheid, talentontwikkeling, regionale trots en maatschappelijke betrokkenheid sluiten volgens hem goed aan bij de kracht van het evenement. Volgens Meijer speelt Campus Groningen daarbij een belangrijke verbindende rol. "Met de partners van Campus Groningen kom je eigenlijk direct in de haarvaten van veel belangrijke partijen in de stad. Daar liggen enorme kansen om de verschillende ambities die er zijn te verbinden aan Marathon Groningen als platform."Organisch groeien Voor de komende jaren kiest Golazo nadrukkelijk voor een geleidelijke en duurzame ontwikkeling van Marathon Groningen. "We geloven in organische groei", zegt Meijer. "Eerst moet het fundament goed zijn. Dat staat er nu. Vervolgens kijk je hoe je daar jaar na jaar op kunt voortbouwen." Die groei zit volgens hem niet alleen in deelnemersaantallen, maar ook in betrokkenheid vanuit de regio. Zo ziet hij kansen om meer bedrijven aan het evenement te verbinden en het draagvlak in de stad verder te vergroten. "Uiteindelijk willen we dat de Marathon Groningen net als de 4 Mijl een vaste plek krijgt in de agenda van mensen. Een evenement waarvan je weet: dat hoort bij Groningen." Daarnaast hoopt Golazo de komende jaren toe te werken naar een stabiele datum op de evenementenkalender en een verdere groei van het aantal deelnemers, zonder concessies te doen aan de kwaliteit van het evenement.Een event voor de breedtesporter Hoewel de volledige marathon dit jaar voor het eerst op het programma stond, kijkt Golazo nadrukkelijk naar het evenement als geheel. Naast de marathon trokken ook de halve marathon, de 10 kilometer en de kidsrun duizenden deelnemers naar Groningen. "Als je naar het totaal kijkt, zie je dat de grootste deelnemersaantallen juist op de kortere afstanden zitten. Dat geldt in veel steden. Daarom kijken wij naar de impact van het hele evenement", zegt Meijer. De ambitie is dan ook niet om te concurreren met grote internationale marathons als Rotterdam of Amsterdam, maar om een aantrekkelijk hardloopevenement te zijn voor breedtesporters uit Groningen en ver daarbuiten. "Het moet een evenement zijn waar mensen graag naartoe komen omdat ze iets met Groningen hebben, hier hebben gestudeerd of simpelweg een mooi parcours willen lopen. Daar ligt onze kracht." Na een succesvolle tweede editie van het hardloopevenement en de eerste met een volledige marathon, kijkt Golazo vooral vooruit. Eén ding staat volgens Meijer al vast: "Marathon Groningen komt terug. We zijn ontzettend blij met wat we samen met alle partners hebben neergezet en kijken nu naar de volgende stap." Bron artikel: Campus Groningen (auteur marlies Schipperheijn). Foto: Johan Meijer
Een Europese primeur op de Hanze: Een houten gebouw van vijf verdiepingen werd digitaal getest op aardbevingsbestendigheid. De afzonderlijke onderdelen van het gebouw, zoals vloeren en wanden, werden 8 mei gelijktijdig getest op verschillende locaties in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Griekenland. Via een digitale koppeling stonden al deze testlocaties met elkaar in verbinding, waardoor het gebouw als één geheel gemeten kon worden. Trillingen die op het ene onderdeel worden veroorzaakt, hebben namelijk direct invloed op alle andere onderdelen in het digitale model. Tot nu toe werkte het zo: één partij meet het effect van een aardbeving op de muur, een andere partij meet de vloer. Maar die trillingen beïnvloeden elkaar. Wie de onderdelen los test, mist het complete verhaal. Precies dat probleem lost het project Hysteresis op. Op één locatie samengebracht Voor het eerst worden alle meetdata van een complex gebouw vanuit verschillende locaties op hetzelfde moment samengebracht, alsof het één constructie is. Binnen Europa beschikt geen enkele testlocatie over apparatuur waar een heel gebouw mee gemeten kunnen worden bij een aardbeving. Door een aantal locaties met de beste apparatuur virtueel aan elkaar te koppelen met behulp van een computerproramma, wordt de meetapparatuur op de verschillende locaties aan elkaar gekoppeld. Vanuit het BuildinG-gebouw in Groningen stuurden Ihsan Bal, Eleni Smyrou and Kamer Ozdemir live de aardbevingssimulatie aan. In Patras (Griekenland) werden de dempingselementen getest, in Bristol (VK) de houten wanden op gesimuleerde zandondergrond. De reactiekrachten reizen binnen milliseconden terug naar Groningen, waar het algoritme de berekening continu bijstelt. "We hopen tijdens de test te ontdekken hoe ingenieurs het systeem beter kunnen vertrouwen", vertelt Bal. "Daarnaast willen we ook uitvinden hoe deze systemen efficiënter ontworpen kunnen worden."Hout in plaats van beton De inzet van hout is geen toeval. Beton is verantwoordelijk voor 5 tot 8 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Hout bindt juist koolstof en is een stuk goedkoper in productie en transport. Maar om hout verantwoord in te zetten voor hoogbouw, zijn betere technische richtlijnen nodig. Die ontbreken nu nog, waardoor bouwers vaak terugvallen op zware betonnen funderingen die lang niet altijd nodig zijn. Dit experiment levert de data om dat te veranderen. Relevant voor de regio De resultaten van het experiment zijn direct relevant voor de regio Groningen. Het project helpt beter te begrijpen welk effect aardbevingen hebben op de afzonderlijke onderdelen van een houten gebouw, zoals vloeren en wanden, en hoe die onderdelen elkaar beïnvloeden. Die kennis verbetert direct de manier waarop de veiligheid van bestaande gebouwen in de regio wordt beoordeeld en versterkt en nieuwe, houten gebouwen worden gebouwd. "Het is een langetermijninvestering voor de Hanze om juist hier in de regio testen te doen naar aardbevingsbestendig bouwen. Het is iets waar ik trots op ben dat we dit voor elkaar hebben gekregen", besluit Bal. Bron tekst en afbeelding: hanze.nl