De druk op de oogzorg groeit. Wachttijden lopen op, terwijl de vergrijzing juist zorgt voor een toenemende vraag naar oogheelkundige hulp. Twee mensen besloten dat het anders moest. Vanuit het Meditech Center op de Healthy Ageing Campus Groningen bouwen Wietse Wieringa en Moritsz Schelwald sinds 1 juni 2025 aan ELOC (Eerstelijns Oogheelkundig Centrum). Dit nieuwe oogheelkundig centrum ontlast de tweedelijns oogzorg, helpt de eerstelijnszorg en biedt patiënten sneller de juiste hulp.
“De vraag naar oogzorg stijgt, maar de capaciteit in de ziekenhuizen blijft beperkt,” zegt Wietse Wieringa, opticien, optometrist en physician assistant. Hij is momenteel werkzaam als physician assistant oogheelkunde in het Ommelander Ziekenhuis (OZG) te Scheemda en medeoprichter van ELOC. “Wij zagen dat er in de oogheelkundige zorgverlening verbetering mogelijk is door goed samen te werken met huisartsen en oogartsen. Daar begint het verschil.”
Bij ELOC speelt de optometrist een centrale rol tussen huisarts en oogarts. Huisartsen kunnen patiënten met oogaandoeningen snel verwijzen naar een ELOC, waar goed opgeleide optometristen de onderzoeken uitvoeren. De uitkomsten worden vervolgens gedeeld met de huisarts en, indien nodig, de oogarts.
De optometristen bij ELOC hebben ruime klinische ervaring en zijn opgeleid om oogafwijkingen te herkennen. Hun kennis gaat uiteraard verder dan die van de gemiddelde opticien in een winkel: zij hebben uitgebreide ervaring met pathologische beelden en volgen na- en bijscholing om de diagnostische kwaliteit te waarborgen. Dit zorgt ervoor dat patiënten direct de juiste zorg krijgen, zonder dat de commerciële belangen van een winkel meespelen.
"De huisarts houdt de regie, de patiënt krijgt sneller duidelijkheid en de specialistische zorg wordt ontlast."
Moritsz Schelwald Mede-eigenaar ELOC
Moritsz Schelwald is opgeleid als opticien en optometrist en heeft ook een zelfstandig optiekbedrijf in Vinkhuizen. Hij begon zo’n jaar of vijf geleden met een pilot, waar Wieringa zich bij aansloot. “Het lijkt simpel, maar dit model vraagt om vertrouwen en duidelijke afspraken,” zegt Schelwald. “Wij hebben vanaf het begin intensief samengewerkt met alle stakeholders, zoals huisartsen en oogartsen en zorgverzekeraar Menzis. Dat zorgt voor een solide basis, zowel qua kwaliteit als financiering.”
Die samenwerking werpt vruchten af. Dankzij de korte lijnen worden patiënten sneller geholpen en worden onnodige verwijzingen naar het ziekenhuis voorkomen. Zo bleek uit de pilot dat van de tien patiënten die normaal door de huisarts naar een oogarts zouden worden verwezen, er zo’n acht via ELOC geholpen konden worden. “De huisarts houdt de regie, de patiënt krijgt sneller duidelijkheid en de specialistische zorg wordt ontlast. Een belangrijk voordeel voor alle partijen,” aldus Schelwald.
ELOC onderscheidt zich door de combinatie van medische expertise en ondernemerschap. Alle optometristen zijn klinisch geschoold en werken volgens vaste protocollen. Tegelijkertijd is het bedrijf georganiseerd op een manier die kwaliteit vooropstelt.
“Wij scheiden zorg en commercie bewust,” legt Wieringa uit. “De optometrist bepaalt de zorg, niet de ondernemer. Zo kunnen we garanderen dat het belang van de patiënt altijd vooropstaat.” Die zorgvuldige aanpak heeft ELOC inmiddels een stevig netwerk opgeleverd in Noord-Nederland. Het bedrijf groeit gestaag, maar met behoud van focus. “Kwaliteit en samenwerking staan boven alles,” zegt Schelwald.
De keuze voor een plek op de Healthy Ageing Campus Groningen is geen toeval. “We wilden dicht bij de kennis en innovatie zitten,” zegt Wieringa. “Op de campus werken zorg, onderzoek en technologie samen. Dat past perfect bij onze ambitie.”
Binnen ELOC wordt gebruik gemaakt van kunstmatige intelligentie (AI) voor beeldanalyse en triage. “AI kan helpen om patronen in netvliesbeelden te herkennen,” legt Schelwald uit. “Maar wij zien het als hulpmiddel, niet als vervanging. De optometrist blijft degene die de patiënt ziet en de context begrijpt.”
"Wij scheiden zorg en commercie bewust. De optometrist bepaalt de zorg, niet de ondernemer"
Wietse Wieringa Mede-eigenaar ELOC
De oprichters verwachten dat hun initiatief navolging gaat krijgen binnen de oogzorg. “Wat wij hier nu doen in de provincie Groningen met betrekking tot de eerstelijns oogzorg kan ook op andere plekken in Nederland.,” zegt Wieringa. “Door de eerste lijn te versterken, kun je de hele keten efficiënter maken. Dat is de toekomst van de zorg.”
Vanuit Groningen wil ELOC die beweging verder aanjagen. “We zijn trots dat we dit vanuit Noord-Nederland kunnen doen,” besluit Schelwald. “De Campus biedt de ideale omgeving: korte lijnen, een open cultuur en de drive om samen de zorg beter te maken.”
Blaauw was niet alleen in zijn gevoel: inmiddels werken er nog vijf PhD’ers bij het bedrijf en beschikt de rest van het team over een master- of bachelor diploma. Met een sterke wetenschappelijke basis richten de twintig medewerkers zich op concrete vraagstukken van bedrijven. “Eigenlijk zijn we een strategische data- en AI-partner", legt Blaauw uit. "Dat betekent dat we niet blind uitvoeren wat er gevraagd wordt, maar kritisch kijken naar wat er nodig is. We pellen het probleem af tot de kern en kijken hoe data daar een structurele oplossing voor biedt. Vaak is AI daar het antwoord op, maar nooit het doel op zich.” Die academische achtergrond speelt daarbij een belangrijke rol. De medewerkers werken met kennis en technologie die nog niet in boeken staat. “De wereld van AI ontwikkelt zich zo snel dat een groot deel van onze kennis rechtstreeks uit wetenschappelijke artikelen komt.” Daarnaast helpt het abstracte denkvermogen van wetenschappelijk geschoolde mensen bij het doorgronden van complexe problemen, vertelt Blaauw. “In de eerste fase waarin een klant bij ons komt, gaan we niet direct bouwen, maar eerst graven. We benaderen een business-vraagstuk eigenlijk als een wetenschappelijk onderzoek: wat is de kernoorzaak en welk probleem lossen we écht op? We bouwen niet wat de klant vraagt, maar wat de klant nodig heeft.” Ongeveer 30 procent van de opdrachten van Researchable komt momenteel uit de wetenschappelijke wereld, en 70 procent van commerciële partijen. Zo werkte het bedrijf mee aan de AI-structuur van Legal Mike: een Groningse AI-assistent die juridische vraagstukken kan beantwoorden. Ook hierin is de combinatie van technologie en maatschappelijke impact duidelijk: “Het platform is natuurlijk handig voor een jurist, maar kan het recht ook toegankelijker maken voor een veel grotere groep mensen." ‘Europa first’ Volgens Blaauw is Europa inmiddels wakker geworden op digitaal gebied. “Geen America first, maar Europa first.” Het belang van een onafhankelijke Europese IT-infrastructuur is doorgedrongen, en dat merkt hij ook bij klanten van Researchable. “Het draait uiteindelijk om digitale soevereiniteit. Bedrijven willen niet langer afhankelijk zijn van Silicon Valley, maar zelf de controle houden over hun data”. Het bedrijf maakt zelf al gebruik van Nederlandse servers en wil dit in de toekomst ook als dienst aanbieden. “Een soort Researchable-cloud.” Ook de komst van de AI-fabriek is volgens Blaauw een stap in de goede richting. “De grootste waarde zie ik in het ecosysteem dat daardoor kan ontstaan. We kunnen ons als Groningen echt profileren als AI-stad van Europa.” Hij benadrukt dat Researchable daar ook deel van uitmaakt. “Aandeelhouders zien het bedrijf als groter dan het bedrijf zelf. Ze zien ons als een onderdeel van het ecosysteem dat Nederland en Europa beter kan maken.” Samenwerking is volgens Blaauw dan ook essentieel om digitale soevereiniteit te bereiken. Juist in het Noorden ziet hij dat dit al goed gebeurt. “Concurrenten werken vaak samen, delen kennis en drinken bij elkaar koffie. We zijn niet bang voor elkaar. Dat is misschien wel typisch Gronings. Als je niet kunt delen, dan kun je ook niet vermenigvuldigen.” Fotografie: Jan Buwalda Bron tekst: Merle van der Horst , Groninger Ondernemers Courant, 10 april 2026 Dit artikel stond ook in de fysieke Groninger Ondernemers Courant. Wil je de krant voortaan ook gratis ontvangen? Laat dan op www.gc.nl je gegevens achter!
Innovatie verbonden! Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van IADP (Innovation Area Development Partnership) is een jubileumboek uitgebracht waarin een decennium aan samenwerking, groei en innovatie wordt belicht.
De Marathon Groningen powered by Campus Groningen is in korte tijd uitgegroeid tot meer dan een sportevenement. Het is een motor voor economische activiteit, een aanjager van gezondheid én een bron van trots voor de stad. Volgens Erwin Mulder (gemeente Groningen) en Jan Hugo Nuijt (Groningen & Partners) zit de kracht juist in die brede impact.