Een spin-off van Wageningen University is recent neergestreken op Campus Groningen, met een duidelijke missie. ChainCraft, het innovatieve biotechbedrijf dat organische reststromen omzet in waardevolle vetzuren, heeft zich sinds kort gevestigd in het Innovatiecentrum Chemie & Engineering op Zernike Campus. Niet alleen om dichter bij samenwerkingspartner Avebe te zitten, maar ook om te investeren in de toekomst. “We zijn bezig met de voorbereidingen voor de bouw van onze fabriek in Ter Apelkanaal. Een uitvalsbasis op de campus helpt ons om het netwerk hier op te bouwen en jong talent aan te trekken,” vertelt oprichter Niels van Stralen.
ChainCraft maakt vetzuren op een duurzame manier, vertelt Niels: “We gebruiken fermentatietechnologie om organische afvalstromen om te zetten naar vetzuren. Die vetzuren worden nu vaak gewonnen uit palmolie of petrochemie, maar wij maken ze op een duurzame manier. De toepassingen zijn breed: van diervoeding tot schoonmaakmiddelen en plastics.”
Hoewel ChainCraft nog steeds stevig verankerd is in de regio Amsterdam en Wageningen, is de link met het noorden de afgelopen jaren sterker geworden. “Onze samenwerking met Avebe is een belangrijke reden om ook in Groningen actief te worden. Hun aardappelsap is voor ons een waardevolle grondstof. In Ter Apelkanaal gaan we dat binnenkort op industriële schaal verwerken.”
Om alvast lokaal aanwezig te zijn, maakt ChainCraft sinds kort gebruik van een flexwerkplek in het Space Werkcafé in het Innovatiecentrum Chemie en Engineering op Campus Groningen. “Een fijne, rustige plek waar je ook andere ondernemers tegenkomt,” aldus Niels. “In eerste instantie gebruiken we het een paar dagen per maand, maar als alles goed loopt, breiden we dat graag uit.”
Yolanda van der Kroft, beheerder van het Space Werkcafé, ziet het als een mooie toevoeging: “Bedrijven zoals ChainCraft brengen nieuwe energie en kennis mee. Ik zie het als mijn rol om verbindingen te leggen. Tussen bedrijven, maar ook met bijvoorbeeld studenten en onderzoekers van de Hanze. En als ze ergens mee zitten, dan kunnen ze bij mij aankloppen. Die laagdrempeligheid is onze kracht.”
Volgens Niels is de campus een logische plek voor hun volgende stap: “Hier zitten al innovatieve bedrijven zoals BioBTX, waar we raakvlakken mee hebben. Daarnaast is het aantrekkelijk vanwege de nabijheid van de universiteit en hogeschool. Voor het laten draaien van onze fabriek hebben we namelijk medewerkers nodig met uiteenlopende expertises, van praktisch tot academisch opgeleid.”
Ook deelname aan de campuscommunity staat op de radar. “In Amsterdam doen we al mee aan hardloopwedstrijden en teamevents, dus ook hier gaan we zeker aanhaken bij initiatieven zoals Campus Koffiepraat of de Campus Trail,” aldus Niels. “Voor nu is het vooral belangrijk dat we een tweede thuis in Groningen opbouwen.”
De ambities zijn groot: “We willen eind dit jaar of begin 2026 de investeringsbeslissing nemen voor de bouw van de fabriek,” vertelt Niels. “Als alles volgens plan verloopt, staat die halverwege 2027 en zijn we in 2028 operationeel. Dat betekent dat we nu al flink vooruitkijken op het gebied van personeelswerving en netwerkontwikkeling.”
Team ChainCraft op bezoek bij Avebe in Ter Apelkanaal
Ondertussen wordt ook bij Space Werkcafé gewerkt aan de toekomst. Yolanda: “We willen de ruimte nog beter benutten en denken aan workshops en lezingen waar bedrijven zich bij kunnen aansluiten. Zo brengen we mensen samen, stimuleren we samenwerking en kennisdeling. Precies wat de campus zo bijzonder maakt.”
De komst van ChainCraft is opnieuw een voorbeeld van hoe Campus Groningen innovatieve bedrijven aantrekt die duurzaam en toekomstgericht ondernemen. Met faciliteiten zoals Space Werkcafé, een actief netwerk en korte lijntjes naar onderwijs en onderzoek, biedt de campus een vruchtbare bodem voor groei. “We zijn hier nog maar net, maar je voelt meteen: dit is een plek waar dingen mogelijk worden,” aldus Niels.
Bron tekst: Campus Groningen
Foto header: Niels van Stralen, bron ChainCraft.
Space Werkcafé, deel van interieur
Blaauw was niet alleen in zijn gevoel: inmiddels werken er nog vijf PhD’ers bij het bedrijf en beschikt de rest van het team over een master- of bachelor diploma. Met een sterke wetenschappelijke basis richten de twintig medewerkers zich op concrete vraagstukken van bedrijven. “Eigenlijk zijn we een strategische data- en AI-partner", legt Blaauw uit. "Dat betekent dat we niet blind uitvoeren wat er gevraagd wordt, maar kritisch kijken naar wat er nodig is. We pellen het probleem af tot de kern en kijken hoe data daar een structurele oplossing voor biedt. Vaak is AI daar het antwoord op, maar nooit het doel op zich.” Die academische achtergrond speelt daarbij een belangrijke rol. De medewerkers werken met kennis en technologie die nog niet in boeken staat. “De wereld van AI ontwikkelt zich zo snel dat een groot deel van onze kennis rechtstreeks uit wetenschappelijke artikelen komt.” Daarnaast helpt het abstracte denkvermogen van wetenschappelijk geschoolde mensen bij het doorgronden van complexe problemen, vertelt Blaauw. “In de eerste fase waarin een klant bij ons komt, gaan we niet direct bouwen, maar eerst graven. We benaderen een business-vraagstuk eigenlijk als een wetenschappelijk onderzoek: wat is de kernoorzaak en welk probleem lossen we écht op? We bouwen niet wat de klant vraagt, maar wat de klant nodig heeft.” Ongeveer 30 procent van de opdrachten van Researchable komt momenteel uit de wetenschappelijke wereld, en 70 procent van commerciële partijen. Zo werkte het bedrijf mee aan de AI-structuur van Legal Mike: een Groningse AI-assistent die juridische vraagstukken kan beantwoorden. Ook hierin is de combinatie van technologie en maatschappelijke impact duidelijk: “Het platform is natuurlijk handig voor een jurist, maar kan het recht ook toegankelijker maken voor een veel grotere groep mensen." ‘Europa first’ Volgens Blaauw is Europa inmiddels wakker geworden op digitaal gebied. “Geen America first, maar Europa first.” Het belang van een onafhankelijke Europese IT-infrastructuur is doorgedrongen, en dat merkt hij ook bij klanten van Researchable. “Het draait uiteindelijk om digitale soevereiniteit. Bedrijven willen niet langer afhankelijk zijn van Silicon Valley, maar zelf de controle houden over hun data”. Het bedrijf maakt zelf al gebruik van Nederlandse servers en wil dit in de toekomst ook als dienst aanbieden. “Een soort Researchable-cloud.” Ook de komst van de AI-fabriek is volgens Blaauw een stap in de goede richting. “De grootste waarde zie ik in het ecosysteem dat daardoor kan ontstaan. We kunnen ons als Groningen echt profileren als AI-stad van Europa.” Hij benadrukt dat Researchable daar ook deel van uitmaakt. “Aandeelhouders zien het bedrijf als groter dan het bedrijf zelf. Ze zien ons als een onderdeel van het ecosysteem dat Nederland en Europa beter kan maken.” Samenwerking is volgens Blaauw dan ook essentieel om digitale soevereiniteit te bereiken. Juist in het Noorden ziet hij dat dit al goed gebeurt. “Concurrenten werken vaak samen, delen kennis en drinken bij elkaar koffie. We zijn niet bang voor elkaar. Dat is misschien wel typisch Gronings. Als je niet kunt delen, dan kun je ook niet vermenigvuldigen.” Fotografie: Jan Buwalda Bron tekst: Merle van der Horst , Groninger Ondernemers Courant, 10 april 2026 Dit artikel stond ook in de fysieke Groninger Ondernemers Courant. Wil je de krant voortaan ook gratis ontvangen? Laat dan op www.gc.nl je gegevens achter!
Innovatie verbonden! Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van IADP (Innovation Area Development Partnership) is een jubileumboek uitgebracht waarin een decennium aan samenwerking, groei en innovatie wordt belicht.
De Marathon Groningen powered by Campus Groningen is in korte tijd uitgegroeid tot meer dan een sportevenement. Het is een motor voor economische activiteit, een aanjager van gezondheid én een bron van trots voor de stad. Volgens Erwin Mulder (gemeente Groningen) en Jan Hugo Nuijt (Groningen & Partners) zit de kracht juist in die brede impact.